Gemak

||| English website |||

7 Februari 2012 12:57

Educatie

Educatieprogramma GEMAK

Bij tentoonstellingen van GEMAK wordt regelmatig een educatief programma (bestaande o.a. uit een lesbrief en een kijkwijzer) samengesteld, speciaal gericht op leerlingen van het middelbaar, voortgezet onderwijs en HBO. Lessen en activiteiten voor primair onderwijs worden niet als zodanig aangeboden, maar basisscholen kunnen wel op aanvraag een educatie-uitje plannen en dan wordt het lesmateriaal op primair onderwijs aangepast en begeleid.

Op aanvraag kan onze educatie-begeleider ook op verschillende niveau's en met extra's (bijvoorbeeld met een presentatie van de kunstenaar/kunstenaars) het aangeboden educatieve programma aanpassen, bijvoorbeeld voor culturele bedrijfsuitjes.

Voor meer informatie, tarieven en afspraken: info@vrijeacademie.org, telefoonnummer: 070-3638968

Eucatieprogramma's:

Bij onze huidige tentoonstelling PIERTOPOLIS is het volgende programma voor MBO studenten beschikbaar: Download het educatieprogramma van PIERTOPOLIS

Eerder te zien geweest:

Tijdens Joseph Semah; Tracing Martin Heideggers hut and Paul Celan's clouds was het volgende programma voor HBO studenten beschikbaar: Download het educatieprogramma bij de tentoonstelling van Joseph Semah

Tijdens de tentoonstelling GENERATION 9/11 was er een educatief programma, speciaal gericht op studenten van het MBO, beschikbaar: Download het educatieprogramma van GENERATION 9/11

Duur 90 min.
Prijs €60,- per groep (maximaal 30 deelnemers)

 

28 Oktober 2011 16:00

Gesprek Teun Voeten, Timo de Rijk, Frits Gierstberg

De status en toekomst van oorlogsfotografie

De status en toekomst van oorlogsfotografie

28 oktober 2011, 16.00 - 17.00 uur

In het kader van de tentoonstelling GENERATION 9/11 gaat op vrijdagmiddag 28 oktober Timo de Rijk in gesprek met Teun Voeten en Frits Gierstberg o.a. aan de hand van reacties van publiek en pers over de esthetiek en ethiek van (oorlogs)fotografie, de onafhankelijkheid van oorlogsfotografen, de status en de toekomst van oorlogs- en conflictfotografie.

Teun Voeten is oorlogsfotograaf en antropoloog. Voeten is gastcurator van de tentoonstelling GENERATION 9/11 in nauwe samenwerking met Timo de Rijk en Marie Jeanne de Rooij (GEMAK).

Timo de Rijk is designhistoricus bij de Faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft, Professor Design Cultures (Premsela Leerstoel) aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoofdredacteur van Morf (een uitgave van Premsela, Nederlands Instituut voor Design en Mode). De Rijk is tevens curator van tentoonstellingen en publiceerde (inter)nationaal over Nederlandse productvormgeving, interieurs van de jaren twintig en standaardisatie en design, en is hoofdredacteur van het Dutch Design Yearbook.

Kunsthistoricus Frits Gierstberg is curator en hoofd tentoonstellingen van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam . Gierstberg is kunsthistoricus en heeft vele tentoonstellingen als curator op zijn naam staan o.a Experience, the media rat race, Foto Biennale Rotterdam V (2003). Ook schrijft en publiceert hij over fotografie o.a., samen met Alexander Pleijter, (Leiden University) “Fotojournalistiek in perspectief. Voorlopig rapport met de belangrijkste bevindingen” (2009, initiator: NVJ/NVF). Tot vorig jaar bekleedde Gierstberg de bijzondere leerstoel Professor of Photography aan de Erasmus University Rotterdam.


Inleiding bij middag over oorlogsfotografie in het Nederlands Fotomuseum, 25.10.09

Door Frits Gierstberg

The construction business: de fotograaf in oorlogstijd

Dames en heren,

Geen enkele foto kan de ervaring van oorlog overbrengen. Het besef daarvan is zo oud als de fotografie zelf. Toch zijn er in de loop van de geschiedenis talloze pogingen gedaan om de verschrikkingen van oorlog met foto's te visualiseren. Van de 19de eeuwse opnamen van het verlaten slagveld tijdens de Krimoorlog door Matthew Brady tot de door Amerikaanse soldaten gemaakte snapshots van de martelingen in de Abu Ghraib-gevangenis.

Susan Sontag beschrijft in Regarding the pain of others (2003) hoe de Duitser Ernst Friedrich in 1924 het boek Kriege dem Kriege! publiceerde, met daarin foto's van de meest vreselijke gezichtsverminkingen – de zogenaamde 'gueles cassées' - onder soldaten die tijdens WOI aan het front hadden gevochten. De beelden waren bedoeld als anti-oorlogspropaganda, maar je kon er eigenlijk niet naar kijken, zo verschrikkelijk waren de gezichten verminkt. Hoe afschuwelijk ook, het boek heeft de Tweede Wereldoorlog zoals bekend niet weten te voorkomen.

Maar dat wil nog niet zeggen dat dergelijke beelden geen invloed kunnen hebben. In On photography (1973) schreef dezelfde Sontag welke cesuur in haar leven kwam toen zij de foto's uit 1945 van de duizenden lijken in Bergen-Belsen en Dachau zag. Zien is weten - ontkennen kan niet meer. Niet zien is niet hoeven weten. Hoezeer zij ook tekort schieten: we hebben oorlogsfoto's nodig, ons geweten moet worden aangesproken. Maar hoe? Welke oorlogsbeelden hebben we nodig?

De fotografen van het afschuwelijke waren de helden van het vak. Robert Capa, Don McCullin, Philip Jones Griffiths, Larry Burrows en talloze anderen. Zij waren bij de grote conflicten van de 20ste eeuw: Duitsland, Korea, Vietnam, Nicaragua, Noord-Ierland, Libanon en ga zo maar door. Als verslaggevers die steeds weer hun eigen leven riskeerden, fotografeerden zij de 'things as they are’ - de schokkende werkelijkheid van 'The destruction business', zoals de Don McCullin zijn beroemde boek met oorlogsfoto’s uit 1971 noemde.

Maar hun publiek werd murw, de bladen waarin zij konden publiceren verdwenen of gingen de concurrentie aan met de televisie en de vermaakscultuur. De vercommercialisering van gedrukte media deed sommigen, zoals Gilles Peress, besluiten om nog slechts boeken en tentoonstellingen te maken. Binnen de kaders van het genre heeft een nieuwe generatie oorlogsfotografen - denk aan James Nachtwey - uiteenlopende stijlmiddelen beproefd om door de barrières van desinteresse, politieke wanhoop en visuele oververmoeidheid bij het publiek heen te breken, teneinde nog een greintje aandacht voor de zaak te genereren. Hun strategie bleek een doodlopende straat: zij kregen het verwijt het afschuwelijke te willen esthetiseren.

Voor de meeste fotografen werd oorlog steeds duurder, te duur. Zonder een zak met geld kom je nergens meer. Iedereen wil betaald worden. Verzekeringspremies rijzen de pan uit. Redacties schakelen steeds vaker stringers in, de nieuwe maar anonieme helden van het genre. Of zoals de Nederlandse oorlogsfotograaf Arnold Karskens het zei in een interview met de Volkskrant enkele jaren geleden, moedige oorlogsverslaggevers zijn er nog steeds, maar het ontbreekt aan moedige redacties, zij halen hun mensen steeds vaker terug nog voordat er iets gebeurt.

Ondertussen veranderde het medialandschap met de komst van internet en WWW radicaal. In een tijd waarin het verband tussen het technisch reproduceerbare beeld en de realiteit definitief is verbroken, wordt oorlog meer dan ooit ook mediaoorlog. De eerste Golfoorlog werd gekenmerkt door een nieuwe paradox: bijna live op televisie te volgen en tegelijkertijd totaal aan het oog onttrokken. Oorlogsverslaggeving van 'officiële' zijde werd gedaan in de beeldtaal van de videogame. Een cirkel was rond: visualiseringstechnologie die door de oorlogsindustrie was ontwikkeld en vervolgens door de entertainmentindustrie opgepikt, bleek voor militairen uitermate geschikt om aan het mediafront te worden ingezet. Voor de meeste televisiekijkers behoren de beelden van de videocamera's in de smartbombs of de groene 'live' nachtzichtbeelden van bombardementen inmiddels tot het domein van de reality-televisie.

Weten wij in het westen nog wat oorlog is, waar oorlog is? Hoezeer het fenomeen oorlog ook is ingebed in onze cultuur (van kinderspeelgoed tot videospelletjes en van de wereldliteratuur tot de speelfilm), en hoezeer ook de oorlogsindustrie deel uitmaakt van onze nationale economieën, de realiteit van een hedendaagse oorlog is ons, de generaties van na de Tweede Wereldoorlog, tot voor kort altijd als iets exotisch voorgespiegeld.

Maar met de internationale 'war on terrorism' is de oorlog geglobaliseerd. Zij is nu op ieder moment overal. De toevallige passant in Amsterdam, Brussel, Madrid of Parijs is de oorlogsfotograaf in spe. De nieuwe oorlogsfotografie wordt gekenmerkt door de esthetiek van de bewogen en lage-resolutie beelden van het digitale cameraatje of de mobiele telefoon, zoals die van de aanslag op het WTC in New York in 2001, het Atocha station in Madrid in 2004 of de metro in Londen in 2005.

De zelfmoordterrorist is tegelijkertijd verzekerd van media-aandacht, met een cynische knipoog naar Andy Warhol's '15 minutes of fame'. Vernietigt u zelf en geniet wereldfaam! Palestijnse zelfmoordcommando's worden vlak na de aanslag herdacht en geëerd met affiches die op de muren van huizen in de Gaza-strook worden geplakt. 's Nachts lichten Israëlische soldaten Palestijnse jongens van hun bed die de op Rambo-filmposters gelijkende plakkaten direct moeten verwijderen. Doordat Ad van Denderen ze fotografeerde, en Useful Photography een selectie publiceerde, weten we nu van hun bestaan.

Inderdaad speelt de strijd tussen de partijen zich in toenemende mate af op het brede terrein van de beeldcultuur. Zo waren we in 2006 waren getuigen van de Eerste Cartoonoorlog. Eerder verspreidden de Amerikanen kaartspellen met foto's van gezochte Iraki's (waaronder Saddam) en tot op heden werpen zij dagelijks flyers met cartoonachtige beelden uit boven oorlogsgebied als onderdeel van de 'strategische communicatie'. CNN en Al Jazeera strijden om de 'juiste' beeldvorming. Het Amerikaanse leger zorgt voor de photo-oppportunities zoals het omverhalen van een standbeeld in Bagdad voor televisiecamera's uit de hele wereld of een nodeloos gebitsonderzoek bij de gevangen dictator.

Nuance en ethische vragen delven het onderspit, zoals dat gaat in een oorlog. Nieuws of propaganda, hoe zie je het verschil? Met regelmaat duiken op mysterieuze wijze 'videoboodschappen' op. Een onthoofding heeft alleen effect als zij op televisie wordt uitgezonden. Websites en blogs van Amerikaanse soldaten in Irak bevatten een mix van porno en keiharde oorlogsfoto's. Oorlog is hardcore, voor iedereen met een internet verbinding te zien. Wat kun je daar als fotograaf nog mee doen? Wie is er nog geïnteresseerd in gedegen fotojournalistiek? Geert van Kesteren kreeg als embedded journalist zijn in Irak geschoten beelden van het rampzalig onhandige Amerikaanse optreden niet geplaatst in de internationale tijdschriften. Aandacht voor zijn werk kwam pas in 2003, nadat het door Linda van Deursen fraai vormgegeven boek Why Mister, Why? was verschenen. Is the medium the message? Het werd zijn entreebewijs voor het lidmaatschap van Magnum Photos.Vlak voor hem was Luc Delahaye eruit gestapt: in een opmerkelijke, tegengestelde beweging had deze Franse fotojournalist besloten beeldend kunstenaar te worden en beelden te gaan creëren die geen verslag doen, maar die de Grote Momenten van de hedendaagse geschiedenis willen symboliseren.

Fotografen en beeldend kunstenaars die zich aan een kritische reflectie op hedendaagse oorlog wagen, zijn gedwongen hun eigen slimme beeldstrategieën te ontwikkelen. Dat was ons met werken als Bringing the War Home (Martha Rosler, 1967-72 en 2003-2004), Dead Troops Talk (Jeff Wall, 1992) en War without bodies (Allan Sekula 1991-96) al duidelijk gemaakt.

Met de respectievelijke strategieën van het binnen één kader plaatsen van beelden met tegengestelde boodschappen, de absurdistische overdrijving en de kritische documentaire weten deze werken cq. kunstenaars de dagelijkse beeldenstroom te doorbreken, onze aandacht te trekken, te verwarren en te verontrusten. Misschien effectiever nog is de strategie van het niet laten zien, zoals door Alfredo Jaar toegepast in Real Pictures (1995). In dit werk, feitelijk een installatie, 'exposeerde' hij honderden foto's van de massaslachtingen in Rwanda in 1994 in afgesloten dozen. De bezoeker van de tentoonstelling werd aan het fantaseren gezet over de gruwelijkheid van de beelden (en iedere beul weet dat de fantasie van de gemartelde het machtigste werktuig is).

In de moderne oorlog investeren de 'information offices' van de strijdende partijen honderdduizenden zoniet miljoenen dollars in oorlogvoering via de media. Fotografen, fotojournalisten en beeldend kunstenaars moeten het gevecht aan met deze 'construction business', het creëren van misleidende beeldvorming. Hoe kwetsbaar de fotojournalistiek in deze context is, bleek een tijdje geleden nog eens toen de Libanese fotojounalist Adnan Hajj in een foto van een bombardement op Beiroet een rookwolk met behulp van Photoshop wat zwaarder aanzette. Hij raakte onmiddellijk in diskrediet bij Reuters, dat het beeld had gedistribueerd (NRC 7 augustus 2006).

Natuurlijk is het essentieel dat de (foto)journalistiek geloofwaardig is en blijft - geloofwaardigheid is haar voornaamste wapen. Maar elders gaat het allang niet meer om 'de dingen zoals ze zijn', daar gaat het erom wie de meeste invloed heeft op de constructie van zijn eigen beeld en dat van zijn tegenstander in de massamedia. Koste wat kost.

De afgelopen jaren zie we in toenemende mate dat culturele instellingen grote manifestaties en debatten organiseren over oorlog, fotografie en media. Ik denk aan BAK in Utrecht, Fotomuseum Provincie Antwerpen en de Brighton Photo Biennale. Betekent deze trend een depolitisering van het fenomeen oorlog, of een nieuwe politisering van het culturele debat?


Literatuur:

Susan Sontag, On photography, New York (Farrar, Straus and Giroux) 1973

Alfredo Jaar en Ramon Prat, Let there be light: The Rwanda Project 1994-1998, Barcelona (Actar) 1998

Piet Chielens e.a., Deadlines, oorlog, media en propaganda in de 20ste eeuw, Gent/Amsterdam (Ludion), 2002

Susan Sontag, Regarding the pain of others, New York (Farrar, Straus and Giroux) 2003

Geert van Kesteren, Why Mister, Why?, Amsterdam (Artimo) 2003

Ad van Denderen, Useful Photography No. 4, Amsterdam (KesselsKramer) 2004

Antonio Monegal, Francesc Torres, At war, Barcelona (CCCB en Actar) 2004

Laurent Gervereau, Montrer la guerre? Information ou propagande, Parijs (CNDP) 2006

Gerard Paul, Der Bilderkrieg. Inszenierungen, Bilder und Perspektiven der “Operation Irakische Freiheit”, Göttingen (Wallstein) 2005

Stephen F. Eisenman, The Abu Ghraib Effect, Londen (Reaktion Books) 2007

 

27 Augustus 2011 20:00

Piet Rogie CS: He Who Travels / TRAVERSE (part 1)

zaterdag 27 augustus, 20u & zondag 28 augustus, 16 uur

Rogie CS presenteert met trots twee voorstellingen naar idee van Piet Rogie: ‘He who Travels/TRAVERSE [Part 1: He who Travels]’. Deze voorstelling is ontwikkeld in tentoonstellingsruimte Gemak in Den Haag en vindt daar plaats op zaterdag 27 augustus (20 uur) en zondag 28 augustus (16 uur).

Performers van verschillende leeftijden dansen in een ruimte die bepaald wordt door werk van beeldend kunstenaar Karin Arink en video-installaties van beeldcollectief LeopoldEmmen (een samenwerkingsverband van filmer Nanouk Leopold en beeldend kunstenaar Daan Emmen). Maartje de Lint, werkzaam bij de Nationale Opera, zingt verschillende songs, begeleid door gitarist Martin Kaaij.

Een meisje van 11, vier dansers, een man van 85, een zangeres, een gitarist en drie beeldend kunstenaars zijn de hele maand augustus, op uitnodiging van Gemak, samengekomen om te werken aan een inspirerende combinatie van dans, beeldende kunst en video-installatie.

De voorstelling gaat over de overdracht van verschillende generaties door elkaar heen. En wat bepalend is bij allerlei ontmoetingen. Zoals bij een reis, waarbij de laatst bezochte plek van invloed was op de keuze om verder te gaan. Deze overdracht is cruciaal in onze groei. Ze is voor ieder anders. Groeien en tot wasdom komen is een persoonlijke reis. Ouder worden is alle bagage uit de ogenschijnlijke chaos van je geschiedenis absorberen en alle bruikbare zaken eruit destilleren. Zodat je verder kunt, niet steeds hoeft om te zien.


Artistiek concept en choreografie: Piet Rogie

Dans: Ana Ladas, Anand Bolder, Clémentine Vanlerberghe, Mirte Rogie, Piet Rogie, Rob Polak

Zang: Maartje de Lint

Gitaar: Martin Kaaij

Video-installatie: Beeldcollectief LeopoldEmmen (Nanouk Leopold en Daan Emmen)

Beeldende kunst: Karin Arink

Zakelijke leiding en produktie: Suzanne Weenink


Zaterdag 27 augustus: aanvang 20 uur.

Zondag 28 augustus: aanvang 16 uur

Duur: ca. 50 minuten

Entree: 5 euro, (t/m 12 jaar 2,50 euro)

Adres: Gemak, Paviljoensgracht 20-24, Den Haag. Makkelijk bereikbaar vanaf Den Haag HS en Den Haag CS.

Reserveren kan door een mailtje te sturen naar rogiecs@xs4all.nl


Op zaterdag 3 september zal een fragment van deze voorstelling te zien zijn tijdens de Haagse Museumnacht.

'He who Travels/TRAVERSE [Part 2: TRAVERSE]' zal op 27 oktober in première gaan in Theater de Gouvernestraat in Rotterdam en zal ook 28 oktober daar te zien zijn.

 

22 Mei 2011 15:00

NOMAD debat: over cultuur(behoud) en beeldvorming

met Peter Oud (filmmaker/socioloog), Ad van Denderen (fotograaf) en Jeroen Toirkens onder leiding van Thijs Broer, journalist Vrij Nederland.

Toegang: gratis

 

11 April 2011 :

NOMAD in de pers

Maandag 11 april 2011 stond er een mooie recensie van de tentoonstelling Nomad in de NRC Next. Verder was Jeroen Toirkens te gast bij Kunststof op radio 1, Kopspijkers op radio 2 en De Avonden op radio 6.

Deze gesprekken zijn terug te luisteren via onderstaande linkjes:

28 maart kunststof

5 april: de avonden

Recensie op Lens Culture

 

17 April 2011 15:00

NOMAD debat: de politieke positie van inheemse volkeren

de politieke positie van inheemse volkeren

Tijdens de tentoonstellingsperiode organiseert GEMAK twee debatten over nomadisme en de problematiek van inheemse volkeren.

Het eerste debat. op zondag 17 april a.s. Over de politieke positie van inheemse en nomadische volkeren met Leo van der Vlist (NCIV, Netherlands Centre for Indigenous People ), Govert de Groot (Arctic Peoples Alert), en een vertegenwoordiger van UNPO (Unrepresented Nations and Peoples Organization) en fotograaf Jeroen Toirkens onder leiding van Harm Ede Botje, journalist Vrij Nederland.

Toegang: gratis

 

8 April 2011 :

Gesprek van de Maand: Rob Hartmans in gesprek met Pieter van Os

vrijdag 8 april, 15 uur

GESPREK VAN DE MAAND - Op de huid van de actualiteit presenteert de Vrije Academie vanaf oktober 2010 iedere tweede vrijdag van de maand een gesprek van de maand met een bijzondere gast over een uitzonderlijke tentoonstelling, een spraakmakend kunstproject of een prangende cultureel-politieke kwestie.


GESPREK VAN DE MAAND: KUNST EN DE MARKT, deel 1 – DE UTOPIE

Rob Hartmans in gesprek met Pieter van Os
Aanvang: 15.00uur; Entree: gratis

Het eerste gesprek uit een reeks van drie over KUNST EN DE MARKT gaat over utopisch denken en de invloed hiervan op politiek en economie. Pieter van Os, politiek journalist NRC Handelsblad, gaat in gesprek met historicus en publicist Rob Hartmans, die vorig jaar in het boek Lang Leve de Linkse Kerk (*) een prikkelende analyse gaf over opkomst en verval van links (denken) in Nederland. Van Os onderzoekt met Hartmans de filosofische en historische zin en onzin van de schuld van links, marktdenken en utopische denkbeelden vroeger en nu. Ook de - eveneens onlangs verschenen - boeken van filosoof Hans Achterhuis, De Utopie van de vrije markt, en Geluksvogels van filosoof Sebastien Valkenberg komen in dit verband uitgebreid aan de orde.


Rob Hartmans is historicus en journalist. Hartmans schrijft in De Groene Amsterdammer en levert regelmatig bijdragen aan het Historisch Nieuwsblad. Zijn interesse gaat vooral uit naar het snijvlak van politiek en cultuur en in het bijzonder naar de rol die intellectuelen daarbij spelen.

Philip Schuette, student-kunstenaar (3e jaars fotografie KABK Den Haag) is uitgenodigd om het gesprek van de maand beeldend te introduceren. Hij heeft een hilarisch maar zeer to-the-point en mooi project bedacht en uitgevoerd naar aanleiding van de bankcrisis over economisch begrippenapparaat: Masterpieces of economical simplification. Schuette vat het volledige werk samen van 15 belangrijke economen/filosofen zoals Marx, Friedman, Mills, telkens samen door er via een computerprogramma een op zichzelf staand kunstwerk van te maken. Kunst comprimeert economisch denkgoed simpel, meesterlijk èn economisch verantwoord!


Voorafgaand aan het gesprek wordt het publiek getrakteerd op de internet-artfilm van de Canadese kunstenaar Melanie Gilligan: Crisis in the Credit System (2008). Deze film werd gemaakt in opdracht van Artangel in London en is gebaseerd op uitgebreide research en gesprekken met hedge fund managers, financiële experts, journalisten, bankiers en activisten. De film was te zien tijdens de Biënnale van Liverpool afgelopen najaar en is te downloaden via www.crisisinthecreditsystem.org.uk

De komende twee gesprekken in de reeks KUNST EN DE MARKT:
13 mei Deel II: DE AMBITIES, beleids- en cultuurmakers over perceptie en betekenis van kunst en culturele identiteit. Voor de aftrap van dit gesprek wordt een politicus uitgenodigd.
10 juni Deel III: DE PRAKTIJK, makers/kunstenaars over kunst, kunstenaars en politiek anno 2011

 

5 Februari 2011 15:30

Finissage De Vluchtkoffer van Livinus

zaterdag 5 februari, 15.30 uur

Kunst-forensisch sporenonderzoek van Loek Grootjans

Kunstenaar Loek Grootjans doet door de vondst van de koffer geïnspireerd onderzoek naar kunst-forensische  sporen bijvoorbeeld naar verbindingen met Livinus, Vrije Academie, Broodthaers en de omzwervingen van de koffer via Livinus, Chris Dercon, de Vleeshal in Middelburg en Marc Claeijs. Tijdens de finissage van de tentoonstelling op zaterdag 5 februari om 15.30uur zal Grootjans zijn voorlopige onderzoeks-bevindingen presenteren die onderdeel zullen uitmaken van zijn veelomvattend en langlopend sporen-project, The Storage For Distorted Matter.

Ook besteden we dan aandacht aan binnengekomen opmerkingen van bezoekers die het beeld van Livinus kunstenaarsleven aanvullen. U kunt als bezoeker uw aanvullende informatie achterlaten in het Aantekenboek DE VLUCHTKOFFER VAN LIVINUS tijdens openingstijden van GEMAK of mailen naar info@gemak.org