De Grens, deel 2:
Niemandsland?
No Man's Land?
6 september t/m 31 oktober 2008
Verscheurd, verdrukt en verdrongen. Dat is het beeld dat over het algemeen bestaat van het Palestijnse volk. Sinds de dood van Yasser Arafat meer verdeeld dan ooit, sinds 1948 in continu conflict met Israël om nog enigszins te kunnen leven op het kleine beetje land dat voor hen is overgebleven. Maar de muur die Israël rond hen heeft opgetrokken, betekent niet dat zij ook op cultureel gebied zijn afgesloten. Dat Palestijnen zich sterk betrokken en verbonden voelen met de rest van de wereld, maar zich tegelijkertijd bewust zijn van hun eigen afkomst, is te zien in de tentoonstelling Niemandsland? in Gemak.
Economische blokkades, de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook en het ontbreken van een werkelijke, functionerende regering, heeft voor diepe verdeeldheid onder de Palestijnen gezorgd. Gaza wordt beheerst door Hamas, terwijl de – door het Westen en Israël meer geaccepteerde – Fatah-beweging van president Abbas, die geen deel uitmaakt van de huidige interim-regering, het voor het zeggen heeft op de Westelijke Jordaanoever. Ramallah is daarvan het relatief florerende centrum, dankzij internationale financiële steun en redelijk weinig Israëlische bemoeienis. In Niemandsland komen kunstenaars aan het woord die zich bezighouden met deze fragmentatie van de Palestijnse identiteit en die pogingen doen om een nieuwe inhoud te geven aan wat het is om Palestijn te zijn, permanent veroordeeld tot Niemandsland. Raeda Saadeh, een jonge performance-kunstenares uit Oost-Jeruzalem, gebruikt bijvoorbeeld haar lichaam om uiting te geven aan onoplosbare dilemma’s van identiteit. Schilder Shadi al-Zaqzouq geeft met zijn installatie Red Line, die bestaat uit veertig kartonnen dozen met daarin op de bodem schilderijen, tekeningen of spiegels, aan hoe ingesloten de bewoners van Gaza zich voelen. De bewegingsvrijheid van de Palestijnen is danig belemmerd door ontoegankelijke wegen, checkpoints en barrières, alles onder het mom van veiligheid. Dit wordt, soms op ironische wijze, in beeld gebracht in video’s van onder meer Multiplicity en Sharif Waked en door de foto’s van Rula Halawani. Bij de tentoonstelling Niemandsland? vindt een uitgebreid activiteitenprogramma plaats, met onder meer een unieke performance door Raeda Saadeh, filmvoorstellingen en debatten op dinsdagavonden en een groot seminar op 16 en 17 oktober over de positie die Jeruzalem inneemt in dit conflict, zowel vanuit Palestijns, Israëlisch als ‘extern’ perspectief. Meer informatie over deze activiteiten en het seminar is te vinden op www.gemak.org.
Participerende kunstenaars
Jawad al-Malhi ; geboren 1969 in Oost Jeruzalem; woont en werkt in vluchtelingenkamp Al Shufat, Oost-Jeruzalem.
Multiplicity is een in 2000 in Italië opgericht collectief van architecten, stedenbouwkundigen en kunstenaars waarmee Stateless Nations is verbonden.
Raeda Saadeh; geboren 1977 in Umm el Fahem, Israël; woont in Oost-Jeruzalem.
Rula Halawani; geboren (1964) en nog steeds woonachtig in Oost-Jeruzalem. Werkte tot 2002 als fotojournalist. Oprichter en hoofd van de afdeling Fotografie aan de kunstfaculteit van de universiteit van Birzeit, Westelijke Jordaanoever.
Samira Badran ; geboren 1954 in Tripoli, Libië; woont in Barcelona.
Shady al-Zaqzouq; geboren 1981 in Benghazi, Libië; woont in Gaza maar nu gestrand in Parijs.
Sharif Waked; geboren 1964 in Nazareth, Israël; woont in Haifa, Israel).
Stateless Nations is de naam waaronder een groep activistische architecten – waaronder Sandi Hilal , Alessandro Petti en Eyal Weizman - in Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever actief is.
Taysir Batniji; geboren 1967 in Gaza, woont en werkt in Parijs.
Zan Studio; media-, communicatie- en grafisch ontwerpbureau gevestigd in Ramallah, Westelijke Jordaanoever, in 2006.
6 September to 31 October 2008
Divided, oppressed and displaced. This is the commonly held view of the Palestinian people. More divided than ever since the death of Yasser Arafat, in continuous conflict with Israel since 1948 to secure some kind of existence on the little bit of land left over for them. But the wall that Israel has built around them has not cut them off culturally. Gemak’s exhibition No Man’s Land? highlights the Palestinians’ strong connection and engagement with the rest of the world, albeit imbued with a strong sense of their own origins.
Economic blockades, the Israeli occupation of the West Bank and Gaza Strip, and the absence of a real, functioning government have led to deep divisions among the Palestinians. Gaza is governed by Hamas, while President Abbas’s Fatah movement – more accepted by the West and Israel – though not part of the current interim government, controls the West Bank. Ramallah, on the West Bank, manages to flourish fairly well, thanks to international financial support and relatively little Israeli interference. No Man’s Land profiles artists whose concern at this fragmentation of the Palestinian identity has led them to attempt to redefine what it is to be Palestinian, permanently consigned to No Man’s Land. Raeda Saadeh, a young performance artist from East Jerusalem, uses her body to express impossible issues of identity. In his installation Red Line – which consists of forty cardboard boxes with paintings, drawings or mirrors in the bottom – painter Shadi al-Zaqzouq shows how imprisoned the inhabitants of Gaza feel. The Palestinians’ freedom of movement is severely restricted by impassable roads, checkpoints and barriers, all in the name of security. This situation is depicted – sometime ironically – in the videos of Multiplicity and Sharif Waked, and in the photographs of Rula Halawani. An extensive programme of activities is also planned to accompany No Man’s Land?, including a unique performance by Raeda Saadeh, film screenings and debates on Tuesday evenings, and a major seminar on 16 and 17 October examining the role of Jerusalem in the conflict from the Israeli, Palestinian and ‘external’ perspectives. For more information on all these activities and on the seminar, go to www.gemak.org.
Participating artists
Jawad al-Malhi ; born in East Jerusalem in 1969; lives and works in Al Shufat refugee camp, East Jerusalem.
Multiplicity is a collective of architects, urban planners and artists established in Italy in 2000, with which Stateless Nations is also associated.
Raeda Saadeh; born in Umm el Fahem, Israel in 1977; lives in East Jerusalem.
Rula Halawani; born in East Jerusalem in 1964, and still lives there. Worked as a photo-journalist until 2002. Founder and head of the photography department at the Arts Faculty of Birzeit University, West Bank.
Samira Badran ; born in Tripoli, Libya in 1954; lives in Barcelona.
Shady al-Zaqzouq; born in Benghazi, Libya in 1981; lives in Gaza but is now stranded in Paris.
Sharif Waked; born in Nazareth, Israel in 1964; lives in Haifa, Israel.
Stateless Nations is the name under which a group of activist architects – including Sandi Hilal , Alessandro Petti and Eyal Weizman - operate in the West Bank town of Bethlehem.
Taysir Batniji; born in Gaza in 1967; lives and works in Paris.
Zan Studio; media, communications and graphic design agency established in Ramallah, West Bank in 2006.
APXИB 09
26 juli t/m 31 augustus 2008
Van alle kanten komt het op ons af, via tv, radio of internet: informatie. Eén van de meest gezaghebbende bronnen is nog steeds het geschreven woord in de krant, want wat geschreven en gedrukt is, moet wel waar zijn. De Russische kunstenares Julia Winter, die in Amsterdam woont en werkt, heeft dit voor veel mensen zo vanzelfsprekende gegeven als uitgangspunt genomen voor haar tentoonstelling APXИB 09 (Archief 09), waarin 194 krantenpagina’s, afkomstig uit alle landen van de wereld, door haar zijn bewerkt. Hiermee wil Winter een commentaar leveren op de macht van de media.
De 194 krantenpagina’s zijn door Julia Winter getransformeerd tot kunstwerken waarbij tekstkolommen en foto’s onder meer zijn bedekt met verf, persoonlijke beelden en objets trouvés. Alleen de namen van de kranten zijn in alle gevallen intact gelaten, waardoor nog steeds zichtbaar is uit welk taalgebied de kranten oorspronkelijk afkomstig zijn. In sommige gevallen begreep de kunstenares de krantenberichten of -koppen en is de bewerking een welhaast direct commentaar erop – zoals bij de sportpagina die grotendeels is afgedekt met het logo van een sigarettenfabrikant. In de meeste gevallen echter was zij de taal niet machtig en is zij intuïtief te werk gegaan. De installatie is niet alleen een commentaar op de invloed en macht van media, maar refereert tevens aan het feit dat ondanks een globaliserende wereld de meeste informatiemiddelen nog steeds gebonden zijn aan één taalcultuur. De poëtische transformaties van de krantenpagina’s spreken een toegankelijke taal die appelleert aan een universele, menselijke gevoeligheid. Op die manier wordt op een esthetische wijze de informatie die ons via de kranten wordt aangeboden, door Julia Winter ter discussie gesteld. Julia Winter werd in 1965 geboren in Moskou, maar verhuisde reeds op jonge leeftijd naar het noorden, richting Moermansk. Op haar twaalfde keerde ze terug naar de Russische hoofdstad waar ze aan de kunstacademie studeerde. Vanaf 1995 vestigde ze zich definitief in Amsterdam, nadat ze daar in het kader van een uitwisselingsprogramma reeds eerder was geweest. Ze exposeerde onder meer Nederland, Duitsland en Rusland en haar werk was op verschillende internationale beurzen te zien.
26 July to 31 August 2008
We are bombarded with information from all sides, via the television, radio and Internet. One of the most authoritative sources is still the written word in newspapers because, if something is written and printed, it must be true. Russian artist Julia Winter, who lives and works in Amsterdam, has taken this premise – taken for granted by so many of us – as the starting point for her exhibition APXИB 09 (Archive 09), which is based on 194 newspaper pages from all over in the world, reworked as a comment on the power of the media.
Julia Winter has transformed the 194 newspaper pages into works of art, covering the text and pictures with paint, personal images and objets trouvés. Only the names of the newspapers have been left intact, so the viewer can clearly see what linguistic area the newspapers originally came from. In some cases, Winter understands the articles or headlines, and her reworking of them is almost a direct comment – as in the sports page that is almost completely obscured by the logo of a cigarette manufacturer. In most cases, however, she does not speak the language, and her reworking is intuitive. The installation is not only a commentary on the influence and power of the media, it also refers to the fact that, despite globalisation, most information sources are tied to a single linguistic culture. The poetic transformations of the newspapers are presented in an accessible language that appeals to a universal human sensitivity. Julia Winter has thus found an aesthetic way of inviting debate on the information presented to us by newspapers. Julia Winter was born in Moscow in 1965, but moved at an early age to Murmansk in the north of the country. At the age of twelve she returned to the Russian capital where she studied at the art academy. She settled in Amsterdam in 1995, having spent some time there previously on an exchange programme. She has exhibited in several countries, including the Netherlands, Germany and Russia and her work has appeared at several international fairs.
Reportage: Between Representation and Reality
24 mei t/m 6 juli 2008
Naast de journalistieke beelden uit conflicthaarden die wij dagelijks via de media te zien krijgen, spreken ook kunstenaars zich steeds vaker uit over internationale conflicten. De kunstenaar is een verslaggever en commentator geworden van oorlogen, crises en sociaal-maatschappelijke problemen. Welk effect heeft deze rol die zij hebben aangenomen op de kunst en op de werkelijkheid? Aan de hand van foto’s, video’s en video-installaties van Rachel Corner, Els Opsomer, Jerome Symons, Sarah Vanagt en Lidwien van de Ven behandelt de tentoonstelling Reportage: Between Representation and Reality in Gemak Den Haag deze vraag.
De Amerikaans-Nederlandse fotografe Rachel Corner (1969) richt zich met name op de documentaire fotografie en maakte verhalen over de Roma in Slowakije, vluchtelingen in Europa en de laatste Amsterdamse boeren. Reportages van Rachel Corner zijn gepubliceerd in o.a. Vrij Nederland, de Groene Amsterdammer en Le Monde.
De Belgische kunstenares Els Opsomer (1968) woont en werkt in Brussel. Zij stelt zich in haar films, video’s en video-installaties vragen over het gebrek aan aandacht voor het effect van grootstedelijke beslissingen op het kleinmenselijk niveau. Centraal staat daarbij de isolatie en de spanning tussen vervreemding en herkenning in de grote stad.
De Nederlandse beeldhouwer Jerome Symons (1949) reist veel. Tijdens zijn reizen maakt hij compacte videowerken die vaak een maatschappijkritisch en politiek karakter hebben. Met sobere middelen weet hij onderwerpen als de verkiezingen in Beirut, Indiase arbeiders in Dubai of vrouwenprotesten in Teheran poëtisch en licht ironisch te verbeelden.
Sarah Vanagt (1976) woont en werkt in Brussel. In haar onderzoek richt zij zich onder meer op de verbeelding van kinderen rond het koloniale verleden van België. Ze registreert hun reacties op video en wil op die manier nagaan op welke manier Kongo (verder) leeft in de hoofden van kinderen die opgroeien in het ‘postkoloniale’ Vlaanderen van vandaag.
De Nederlandse kunstenares Lidwien van de Ven (1963) heeft vooral bekendheid verworven met indringende foto’s, films en video-installaties, waarin de verhouding tussen werkelijkheid, beeld en verbeelding centraal staat. In haar recente werk spelen politiek en religie, maar vooral de zichtbaarheid en onzichtbaarheid ervan een grote rol.
In het kader van Reportage: Between Representation and Reality vinden verschillende activiteiten plaats. Houd www.gemak.org in de gaten voor de invulling van het programma.
Gelijktijdig met deze tentoonstelling is de expositie Dieuna Diaffé / Op hoop van zegen in Senegal te zien. In de winter van 2007 werd de toneelklassieker van Herman Heijermans in de Senegalese vissersstad Saint-Louis gespeeld. In een bijzondere versie werden de slechte omstandigheden van Senegalese vissers aan boord van de zogenaamde ‘moederschepen’ aangekaart, waarbij het oorspronkelijke toneelstuk over het barre leven van Nederlandse vissers als uitgangspunt diende. De foto’s die Rachel Corner maakte van het project, op uitnodiging van Theatre Embassy en Kunstenaars & Co, zijn in de expositie te zien.
24 May – 6 July 2008
Journalists provide the pictures from areas of conflict that we see every day in the media; but artists are also increasingly speaking out about international conflicts. The artist has become a reporter and commentator on war, world crises and the problems of society. What effect is the assumption of this role having on art and on reality? This exhibition, Reportage: Between Representation and Reality, at Gemak Den Haag examines the issue via photographs, videos and installations created by Rachel Corner, Els Opsomer, Jerome Symons, Sarah Vanagt and Lidwien van de Ven.
American-Dutch photographer Rachel Corner (b. 1969) devotes herself principally to documentary photography and has produced reports on the Roma in Slovakia, refugees in Europe and the last remaining farmers in Amsterdam. Her reportages have appeared in eminent periodicals like Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer and Le Monde.
Belgian artist Els Opsomer (b. 1968) lives and works in Brussels. Her films, videos and video installations raise questions about the lack of attention paid to the impact of major urban planning decisions on the lives of individuals. They focus on people’s isolation and the tension between anonymity and humanity in major cities.
Dutch sculptor Jerome Symons (b. 1949) travels a great deal. In the course of his journeys, he produces compact video works, often critical of society and political in character. Using modest resources, he reports in a poetic and slightly ironic way on subjects like the elections in Beirut, the condition of Indian workers in Dubai and women’s protests in Teheran.
Sarah Vanagt (b. 1976) lives and works in Brussels. Her work explores matters such as the way children think about the colonial and more recent past of Belgium. She records their responses on video in an attempt to discover the image of Congo in the minds of children growing up in the ‘postcolonial’ Flanders of today.
Dutch artist Lidwien van de Ven (b. 1963) is known mainly for her penetrating photographs, films and video installations revolving around the relationship between reality, image and imagination. Much of her recent work looks at politics and religion (and in particular at the extent to which they can be captured in visual images).
Reportage: Between Representation and Reality will be accompanied by a range of activities. Details will be published periodically on www.gemak.org.
On show simultaneously is a parallel exhibition entitled Dieuna Diaffé/Op Hoop van Zegen in Senegal. In the winter of 2007, a re-working of Herman Heijermans’ classic play about the hardships suffered by 19th-century Dutch fishermen was put on in the Senegalese fishing port of Saint-Louis. The new version addressed the plight of Senegalese fishermen on factory ships. The exhibition features the pictures that Rachel Corner took of the project at the invitation of Theatre Embassy and Kunstenaars & Co.
From Armenia with Love
29 maart t/m 11 mei 2008
Armenië, gelegen tussen Turkije, Iran, Azerbeidzjan en Georgië, is de afgelopen decennia veelvuldig het toneel geweest van strijd en oorlogen. Vanwege deze conflicten, maar ook door de gedwongen deportaties tijdens en na de Eerste Wereldoorlog en grote migratiestromen, kan men inmiddels spreken over de Armeense diaspora. De tentoonstelling From Armenia with Love gaat in op het artistieke en culturele element van dit gegeven. Hoe verhouden drie kunstenaars van Armeense afkomst, die inmiddels allemaal buiten hun vaderland leven, zich tot hun wortels?
Eén van de gevolgen van de diaspora is een versterking van de culturele bewustwording en identiteit van hen die er deel van uitmaken: hoe gaan kunstenaars in den vreemde om met hun afkomst? Op welke manier verhouden zij zich - laverend tussen culturen van herkomst en aankomst - tot hun wortels? Zijn er in hun kunstwerken sporen van hun afkomst traceerbaar, of zijn die uitgewist door een vrijgevochten positie in de westerse kunstwereld? Deze vragen liggen ten grondslag aan de tentoonstelling From Armenia with Love, waarin drie kunstenaars van Armeense afkomst zijn vertegenwoordigd, die inmiddels in drie verschillende Europese landen wonen..
Armen Eloyan (Jerevan, 1966) woont en werkt in Zürich. In zijn schilderijen van vaak monumentale afmetingen verweeft hij persoonlijke en historische gebeurtenissen in een ironiserende stijl met elkaar. Onderdrukking, geweld en macht, waarmee hij als gevluchte Armeen dagelijks geconfronteerd is geweest, vormen het leidmotief van zijn schilderijen en tekeningen.
Mekhitar Garabedian werd in 1977 in Syrië geboren. Zijn grootouders waren daarheen gevlucht voor de Turkse genocide in Armenië. In de jaren tachtig vluchtte hij met zijn ouders uit het Libanese oorlogsgebied naar België. Geïnspireerd door de geschiedenis van zijn familie richt Garabedian zich in zijn werk op thema's als migratie, geheugen, geschiedenis, identiteit en taal. Op indringende wijze weet hij zijn ‘non-positie' als tweede- (en derde) generatiemigrant te vertalen in foto-installaties, video- en geluidswerken.
Karen Sargsyan (Jerevan, 1973) kwam in 1998 als vluchteling naar Nederland. Van 2006 tot 2008 werkte hij in één van de ateliers van de Rijksakademie in Amsterdam. In 2007 won hij de Thieme Art Award en zijn werk wordt getoond in musea en galeries in binnen- en buitenland. Met een fabelachtige materiaalbeheersing vervaardigt hij theatrale installaties van papier, bijna tableaux vivants , waarin de opgevoerde figuren zo tot leven lijken te kunnen worden gewekt.
29 March – 11 May 2008
Wedged between Turkey, Iran, Azerbaijan and Georgia, Armenia has for decades been the scene of repeated conflict and warfare. Together with deportations during and after the First World War and large-scale emigration since then, these conflicts have produced what is now called the Armenian diaspora. The forthcoming exhibition, From Armenia with Love, will address the artistic and cultural element of this phenomenon. How do three artists of Armenian origin, all now resident outside their native country, regard their roots?
One of the consequences of the diaspora is an increased cultural awareness and consciousness of cultural identity among its members: how do artists living abroad deal with their origins? Steering a course between the cultures of their native and adoptive countries, how do they relate to their roots? Does their work show traces of their origins, or have they disappeared in the face of the freedom of the Western art world? These are the basic issues to be examined in the exhibition From Armenia with Love , which features three artists of Armenian origin now living in three different European countries.
Armen Eloyan (b. Yerevan , 1966) lives and works in Zurich . In his often monumental paintings, he interweaves personal and historical events in a deliberately ironic way. The leitmotiv of his paintings and drawings is the oppression and violence which have formed part of his own day-to-day experience as an Armenian refugee.
Mekhitar Garabedian was born in Syria in 1977. His grandparents had fled there during the Armenian genocide. In the 1980s he himself fled to Belgium with his parents, seeking asylum during the Lebanese civil war. Inspired by his family history, Garabedian's work focuses on themes like migration, memory, history, identity and language. He translates his ‘non-position' as a second (and third) generation immigrant into moving photo, video and sound installations.
Karen Sargsyan (b. Yerevan , 1973) came to the Netherlands as an asylum-seeker in 1998. From 2006 to 2008 he worked in one of the studios at the Rijksakademie in Amsterdam . In 2007 he won the Thieme Art Award and his work can now be seen in museums and galleries in the Netherlands and abroad. Exhibiting a fabulous mastery of his material, he creates theatrical installations out of paper, almost tableaux vivants , in which the figures he presents look as if they can come to life at any moment.
Future: Afghanistan
8 februari t/m 22 maart 2008
Ongeveer tien jaar geleden konden slechts weinig westerlingen Afghanistan op de wereldkaart aanwijzen. Maar tegenwoordig gaat er bijna geen dag voorbij waarop de namen Kabul, Uruzgan of Tarin Kowt niet voorbij komen op tv of in de krant. Toch blijft Afghanistan een onbekende plek voor de meeste mensen, een land in oorlog waarvan de sociaal-culturele ontwikkelingen nauwelijks tot ons doordringen. Dat deze er wel degelijk zijn, laat Gemak zien in zijn tweede tentoonstelling. Future: Afghanistan toont werk van jonge Afghaanse kunstenaars die beïnvloed zijn door hun eigen traditionele cultuur, maar ook door pulp en commercie uit Bolly- en Hollywood.
Afghanistan roept onmiddellijk gedachten op van bebaarde, conservatieve strijders of in Burka gehulde vrouwen. Maar het straatbeeld van Kabul en andere Afghaanse steden is niet alleen dat: ook hier rijzen uitzinnige kantoorgebouwen van spiegelglas uit de grond, hangen op elke straathoek posters van filmsterren uit de Bollywoodstudio’s en klinken harde discodreunen uit als kerstboom versierde auto’s. Jonge Afghanen doen mee aan Idols-achtige TV programma’s en zijn, net als in het Westen, geobsedeerd door mobiele telefoons die ze op zijn Afghaans pimpen.
Niet iedereen is zo gelukkig met deze commerciële pulpinvloeden. De oudere Afghaanse intellectuele elite – of wat daar nog van over is – zoekt liever voorbeelden in oudere culturele centra in Europa of Iran. Een nog veel sterkere tegenbeweging komt vanuit de Taliban en zijn aanhangers, die weliswaar bepaalde elementen uit de massacultuur overnemen, zoals mobiele telefoons, Nike sportschoenen en fast food, maar het grootste deel ervan verwerpen. Tegen de achtergrond van deze botsende sociaal-culturele invloeden, die door middel van affiches, TV programma’s en geluidsinstallaties tot leven worden gebracht, toont Gemak het werk van enkele jonge Afghaanse kunstenaars, waaronder Mariam Ghani en Khadim Ali. De complexe verhoudingen die zij hebben met hun snel veranderend vaderland uiten zich op verschillende manieren in hun kunst; via Ghani’s installaties met tenten, tapijten en schermen, maar ook verhalenderwijs in de projecten met kindertekeningen door Ali.
De tentoonstelling bevat tevens het werk van jonge Afghaanse documentairemakers van de groep CACA Kabul en fotografen - onder andere Najibullah Musaffer. Zij komen op plekken waar buitenlandse journalisten zich doorgaans niet begeven en zijn geïnteresseerd in thema’s waar in het westen weinig aandacht voor is, zoals de behandeling van geestelijk gehandicapte vrouwen of de avonturen van een groep Afghanen die besluit naar Zwitserland te fietsen.
Bij de tentoonstelling Future: Afghanistan worden verschillende activiteiten georganiseerd, waaronder debatten en de viering van het Perzisch Nieuwjaar op 22 maart. Over dit programma verschijnt nog nadere informatie.
Future: Afghanistan wordt mede mogelijk gemaakt door het Hivos/NCDO-Cultuurfonds.
8 February – 22 March 2008
A decade ago, few westerners would have been able to find Afghanistan on the map. Now, hardly a day goes by without some mention of Kabul, Uruzgan or Tarin Kowt on television or in the newspapers. Even so, Afghanistan is still a place about which most of us know little or nothing – a country at war, about whose social and cultural life we receive little news. But that life certainly exists, as Gemak reveals in its forthcoming second exhibition. Future: Afghanistan is an exhibition of work by young Afghan artists influenced both by their own traditional culture and by western pulp and the commercial products of Bollywood and Hollywood.
Think of Afghanistan and what springs to mind are images of bearded conservative militants and women shrouded in burqas. But the streets of Kabul and other Afghan cities tell a very different story: they are full of towering futuristic glass office blocks, posters of Bollywood film stars and disco music booming from cars adorned with dangling baubles. Young Afghans take part in TV programmes that are look-alikes for Idols and, like their contemporaries in the West, are obsessed by mobile phones pimped up in the latest local fashion.
But not everyone is happy with these commercial pulp influences. The older Afghan intellectual elite – or what remains of it – prefers to take its lead from the traditional cultural centres of Europe or Iran. Far more powerful opposition comes from the Taliban and their supporters, who reject most aspects of mass culture, though they too have adopted some elements of it (such as mobile phones, Nike shoes and fast food). Against the background of these conflicting social and cultural influences, brought to life by posters, TV programmes and sound installations, Gemak is now exhibiting the work of a number of young Afghan artists, including Mariam Ghani and Khadim Ali. Their art expresses in differing ways the complex relationship they have with their rapidly changing fatherland: via Ghani’s installations involving tents, carpets and screens, but also in narrative fashion in Ali’s projects using children’s drawings.
The show also includes the work of young Afghan documentary film-makers from the CACA Kabul group and that of photographers like Najibullah Musaffer. They can go to places generally out of bounds to foreign news-gatherers and they are interested in subjects that tend to be ignored in the West, like the treatment of mentally handicapped women or the adventures of a group of Afghans who decide to cycle to Switzerland.
The exhibition will be accompanied by a varied programme of activities, including debates and festivities to mark the Persian New Year on 22 March. Details of these will be published in due course.
Future: Afghanistan is being co-funded by the Hivos/NCDO Culture Fund.
Green Zone /
Red Zone
20 oktober 2007 t/m 31 januari 2008
De eerste tentoonstelling in Gemak is Green Zone / Red Zone. Deze richt zich op nieuwe stedenbouwkundige realiteiten die in naam van de veiligheid worden gecreerd. In onze huidige wereld, met de strijd tegen het terrorisme en vr de veiligheid als voornaamste argument, worden landen en steden opgedeeld. De nadruk ligt bij Green Zone / Red Zone op de opdeling van de Irakese hoofdstad Bagdad in een groene zone die voor veiligheid zou staan en een rode, waar die veiligheid hoegenaamd niet bestaat.
Als gevolg van de aanwezigheid van buitenlandse militairen en (hulp)organisaties is de Irakese hoofdstad Bagdad een verdeelde stad geworden. Er is de onveilige Red Zone en een vermeend veilige Green Zone. Deze scheiding heeft uiteraard verstrekkende gevolgen: langzaam maar zeker verdwijnt de publieke ruimte van Bagdad en daardoor ook het culturele leven. De mensen in de Green Zone proberen via veiligheidsmaatregelen de Red Zone buiten te houden, maar het lijkt er juist op dat deze zich, onder meer via internet, verspreidt naar de buitenwijken van Westerse steden als Parijs en Londen of zelfs Den Haag. Dit proces wordt in Green Zone / Red Zone niet alleen benaderd via eigentijdse kunst: in het bijkomende activiteitenprogramma wordt door middel van lezingen, debatten en discussies de link gelegd met onze westerse steden. Zijn wij niet ook allang verdeeld in Groene en Rode Zones?
Green Zone / Red Zone is niet alleen een tentoonstelling met hedendaagse westerse en niet-westerse kunst. De kunstwerken vormen juist de aanleiding om dieper en wellicht vanuit een ander perspectief na te denken over de problemen in een stad als Bagdad maar ook -en misschien vooralover de vraag in hoeverre die problemen zich tot die stad beperken. De rellen in de Parijse banlieues, de extreme beveiliging van sommige overheidsgebouwen of ambassades, maar ook de grote verschillen tussen bepaalde wijken van dezelfde stad: in hoeverre is de Green Zone / Red Zone een globaal in plaats van lokaal verschijnsel?
Deelnemende kunstenaars Green Zone / Red Zone
- Marc Bijl (Rotterdam, 1973),
- Peter Kennard (Londen, 1949) & Cat Piction Phillips (Edinburgh, 1972)
- Paul Chan (Hong Kong, 1973; woont en werkt in de VS)
- Rashad Selim (Karthoum, Soedan, 1957; woont en werkt in Londen)
- Hana Mal Allah (Thee Qar, Irak, 1958)
- Adel Abidin (Bagdad, 1973; woont en werkt in Finland)
- Nedim Kufi (Bagdad, 1962; woont en werkt in Nederland)
- Wafaa Bilal (Irak 1966; woont en werkt in de VS)
- Open Shutters Project (Irak / VK)
- Independent Film & Television College, Bagdad, onder directie van Maysoon Pachachi (Irak/VK): Emad Ali, Hassanain al Hani, Ahmed Jabbar, Bahram al Zuhairi, Ahmed Kamal
Niemandsland ontworpen voor Gemak door Basel Nasr en Amer Shomali, © Zan Studio, Ramallah, 2008
Raeda Saadeh, Still from Vacuum, 2007, video, 17'
Julia Winter, Connected , 2007, Groot-Brittannie / United Kingdom , 70 x 50 cm
Julia Winter, Panorama, 2007, Kazachstan / Kazakhstan , 65 x 50 cm